Motie klimaatverklaring

Op 14 januari 2016 heeft de commissie Ruimte gesproken over de duurzaamheidsnota. Verschillende partijen hebben toen aangegeven dat de nota ambitieuzer kan, met concrete doelstellingen en actiepunten. De fractie van GroenLinks heeft het niet daarbij laten zitten. De gemeenteraad heeft op initiatief van GroenLinks in januari unaniem de motie “Klimaatverklaring” aangenomen. Deze motie verzoekt het college om Heemstede te laten aansluiten bij het Klimaatverbond Nederland en de Klimaatverklaring van het “Klimaatverbond Nederland” te ondertekenen. Deze verklaring houdt in dat de gemeente Heemstede in 2030 geen broeikasgassen meer produceert en dat heel Heemstede in 2050 klimaatneutraal is.  De motie dwingt het college de consequenties van het klimaatakkoord voor de duurzaamheidsnota 2016-2020 in kaart te brengen en de klimaatverklaring en het klimaatakkoord van Parijs te vertalen naar concrete doelstellingen en concrete acties in de duurzaamheidsnota 2016-2020.

Waarom wil GroenLinks dat

De fractie van GroenLinks maakt zich grote zorgen over de effecten van de klimaatverandering, die steeds meer voelbaar zijn. Al tijdens de begrotingsraad heeft GroenLinks aangegeven dat de effecten van klimaatverandering al merkbaar zijn op de begroting. De extreme droogte gevolgd door zomerstormen in juli hebben geleid tot veel schade. Inclusief de Vrijheidsdreef gaat het om een schadepost van € 450.000 voor de gemeente, naast de schade aan woningen voor sommige inwoners.

GroenLinks ziet goede mogelijkheden voor een klimaatneutraal Heemstede. Ons beleid zou daar tenminste op gericht moeten zijn. Dat betekent onder meer dat de gemeente nog een keer kritisch kijkt naar duurzame mobiliteit, het isoleren van gebouwen en woningen, het verminderen en hergebruik van afval, de (straat)verlichting, het gebruik van duurzame energiebronnen in plaats van olie en gas en de transitie naar een circulaire economie.

GroenLinks ziet naast de faciliterende rol die de gemeente wel steeds beter oppakt, ook een stimulerende rol. De gemeente moet de voortgang monitoren en bijsturen, als dat nodig is.